De verloren zoon verkwist zijn erfdeel                                                  (ook wel zelfportret met Saskia)

Hoe schilder, hoe wilder

dans maar fles, ja dans maar samen met mijn glas
dans maar, chance maar ook met mij, ik ben in mijn sas
kom lief, kom drink met mij, vergeet wat vandaag was
het donker maakt ons licht en vrij, de nacht is onze jas
vergeet die boze blikken vol burgerlijk fatsoen
weet dat als ze durfden, hetzelfde zouden doen
feesten zijn toch op zijn mooist als de ochtend komt
heimwee danst dan in het rond als gastheer vermomd

refrein 

draai, zwier, draai, wild, wild wilder
vannacht ben ik vrij 
en morgen weer een schilder
draai, zwier, draai, wild, wild wilder
vannacht ben ik vrij 
en morgen weer een schilder


één slok nog de fles is leeg, verzopen is mijn buit
het erfdeel dat ik ooit kreeg, kom speel op fluit en luit 
tien jaar leven als een beest, met liefjes drank en spel
het daglicht vreesde ik 't meest, mijn spiegelbeeld een hel
kom lach en hef het glas met mij, het leven is geen straf
de vreugde rent de dood voorbij, en knipoogt naar je graf
feesten zijn toch op zijn mooist als de ochtend komt
heimwee danst dan in het rond als gastheer vermomd

refrein

© tekst: Fons Boer 
© muziek: Renate Jörg


dans maar lief, ja dans maar met mij door de lege nacht
dans maar en betreur maar niet het lot dat op me wacht
ik keer weer terug vanwaar ik kwam, mijn benen zwaar als lood
mijn hoofd omlaag uit nederigheid, vraagt om genadebrood
toch zal ik nooit gaan zingen over zonde en van spijt
dat ik zo genoten heb van een leven zonder vlijt
feesten zijn toch op zijn mooist als de ochtend komt
heimwee danst dan in het rond als gastheer vermomd
refrein


De verloren zoon

De Nieuw Testamentische parabel van de verloren zoon (Lukas 15: 11-32) verhaalt van een vader met twee zonen. De jongste zoon eist zijn erfdeel op, verbrast het, keert vervolgens berouwvol terug, maar wordt toch vergeven door zijn vader, tot ongenoegen van de oudste zoon.
In de protestantse Nederlanden van de zeventiende eeuw was het thema erg populair, vanwege de dubbele moraal die er van uitgaat: enerzijds een afwijzing van een zondig leven, anderzijds barmhartigheid voor hen die oprecht berouw tonen. 
Rembrandt nam de parabel voor het eerst in het hier besproken werk uit 1635 tot onderwerp, waarbij hij de "verloren zoon" afbeeldt in een herberg of bordeel. 
Hij portretteert zichzelf als een jongeman met snor die de kijker provocatief in de ogen kijkt en een toost uitbrengt. Saskia wordt uitgebeeld als vrouw van lichte zeden die zich de banale avances van een bezoeker laat welgevallen. Ze zit bij hem op schoot en gedoogt dat hij haar middel vastpakt, de weelderige billen van achteren weergegeven alsof hij ze elk moment mag gaan strelen. De moraal van het werk wordt onderstreept door symbolen als de pauw, die staat voor ijdelheid en vluchtige rijkdom. Het bord aan de muur geeft aan dat spoedig de rekening zal worden opgemaakt.

Verdrijving uit het paradijs 


Heel lang geleden                                                

groeide geluk aan een boom

wij konden vliegen, zwemmen als vissen in de zee      geluk was een woord

dat nog niet uitgevonden was

het was eens gehoord                                                       

uit een verdwaasde mond                                    

uit een verwarde mond                                     

vanuit het fluistergras                                                            
Mooi was het leven

maar ook mooi was de dood                                     

er was geen beter, alles was deelgenoot

nooit bang waren wij

niet voor een leeuw, niet voor een spin

en zo heel dichtbij                                                

dichtbij het kinderhart                                                

dichtbij het kinderhart                                                

dichtbij het oerbegin

 

Achter de einder

lokte het land van de nacht

daar zou geen dood zijn, alleen maar praal en pracht  een lied van de maan

nam ons voorzichtig bij de hand                                      bracht ons in de waan

dat het gras groener was

dat het gras groener was

daar aan de overkant

 

Een lied van de maan

was ook ons eigen zwanenzang

wij moesten verder gaan                                                    weg uit het paradijs

weg uit het paradijs

naar de vooruitgang

 

© Tekst: Fons Boer

© Muziek: Bas van Waard

Saskia

 

In zijn slaap hoort hij haar nog                                    

haar lach verwaait in de wind

in zijn slaap ruikt hij haar nog                         

een vleug lavendel en wat mint                         

een vleug lavendel en wat mint                         

 

ook op straat ziet hij haar nog

in het woelen van de stad                                     

ook op straat ziet hij haar nog

wel honderd keren op een dag

nooit dichtbij, maar steeds véraf

 

keer op keer schiep hij haar weer 

onsterfelijk in verf en krijt

kon hij haar maar ook omgekeerd

terug halen uit de eeuwigheid

 

in zijn zoon hoort hij haar nog

haar lach weerklinkt in haar kind

in zijn zoon ziet hij haar nog

zoveel van haar heeft hij bemind    

zoveel van haar heeft hij bemind

 

keer op keer schiep hij haar weer 

onsterfelijk in verf en krijt

kon hij haar maar ook omgekeerd

terug halen uit de eeuwigheid

 
© Tekst: Fons Boer

© Muziek: Bas van Waard

Tegen mijn wil.

 

‘k weet nog hoe ik naast je liep    

mijn knuistje in jouw reuzenhand                                     

jij was de sterkste van het hele land

jij wist van alles ook de naam

maar ondertussen, vloog de tijd tegen mijn wil

zo uit het raam, buiten bereik

 

later zag ik hoe je liep

moeizaam met gebogen hoofd                                        

ik was voor altijd van mijn held beroofd

het leven kreeg zijn ware naam 
en ondertussen, vloog de tijd tegen mijn wil

zo uit het raam, buiten bereik

 

instrumentaal:              

en ondertussen, vloog de tijd tegen mijn wil

zo uit het raam, buiten bereik

 

en ik dacht dat je nog sliep

zo vredig in je eigen stoel

je handen stil gevouwen zonder doel              

ik nam je knuisten in mijn hand

en ondertussen vloog je geest tegen mijn wil

zo uit het raam, buiten bereik

 

tegen mijn wil

zo uit het raam, buiten bereik.

 

© Tekst: Fons Boer

© Muziek: Bas van Waard

Samson

hoe kwetsbaar lag ik in jouw armen, schat
in jouw bed droomde ik mijn laatste dromen
zacht fluisterde je dat je mij aanbad
nooit zou er nog een ander liefje komen           
zacht fluisterde je dat je mij aanbad
met duizend nachten zou je mij belonen
maar geen van al die woorden waren waar
zij waren er om mij in slaap te sussen
maar geen van al die woorden waren waar
zo werd ik doof en blind voor het gevaar                                               
hoe vaak niet vroeg je mij naar het geheim
dat ik beloofd had nimmer weg te geven
je lichaam schonk je mij en rode wijn
zo heb je mij de afgrond ingedreven
je lichaam schonk je mij en rode wijn
in blindheid zal ik verder moeten leven               
voor jou blijft enkel nog het lied van haat
voor jou was goed en kwaad toch om het even
voor jou blijft enkel nog het lied van haat
voor jou is mijn ballade van verraad
 
met één gebaar bedwong ik mens en dier
als god gewijde onder Israëls zonen
na strijd zocht ik de lichtheid en vertier
zo kwam de vijand in mijn huis te wonen
na strijd zocht ik de lichtheid en vertier
jij zou mijn liefde met verraad belonen
ook helden zijn soms uitgeput van strijd
zij mogen nooit hun angst of twijfel tonen   
ook helden zijn soms uitgeput van strijd                 
het lot van winnaars is vaak eenzaamheid           
 
jouw hand zocht naar het wonder in mijn haar
het wonder waarmee ik was uitverkoren
jouw hand omklemde ook nog mes en schaar 
zo ging mijn haar en ogenlicht verloren
jouw hand omklemde ook nog mes en schaar 
je hebt mijn kracht en liefde afgeschoren
voor jou blijft enkel nog het lied van haat
aan jou kon goed en kwaad toch niet bekoren
voor jou blijft enkel nog het lied van haat
voor jou is mijn ballade van verraad
 
© Tekst:    Fons Boer
© Muziek: Fons Boer      

Pappa

pappa, ik zie dat jij zacht praat tegen die rozenstruik bij de schuur
pappa, ik zie hoe hard jij slaat op spijkers zonder schuld in die muur
pappa, ik hoor de planken kraken als jij de slaap zoekt in de bange nacht
pappa, ik hoor je zuchten slaken en huilen om het lot dat op ons wacht
 
je ogen zoeken steun bij alles wat je kent
maar niet bij mij
ze kijken langs mij heen terwijl jij mij vertelt
over de barbarij
die de duivel ons bereidt
met zijn list en sluwigheid           
dan rest ons slechts gehoorzaamheid
 
Refrein:
gehoorzaam aan het vaderland en aan God
wees trouw aan je geloof en aan je lot
als ik nog de kracht had zou ik zelf gaan
als ik nog de kracht had zou ik voor jou gaan
maar pappa, het is toch godgeklaagd,             
wat God nu van je vraagt
offer je zoon vraagt hij,                         
omdat het mij behaagt
maar pappa, ik zal nooit Isaac zijn,                         
die zijn eigen brandhout droeg
braaf ja en amen zei                                     
en deed wat Abraham vroeg


pappa ik ruik je angst en haat voor de wijzers van de klok op de schouw
pappa ik ruik de dageraad die bij ons naar binnen sluipt met zijn kou
pappa ik voel een einde komen aan alle dromen van mij en van jou
pappa ik voel het bloed wegstromen uit wat ons altijd bond, uit onze trouw

je woorden zijn zo licht en zweven langs mij heen, als vlokken sneeuw   
ze dwarrelen naar de grond en smelten op mijn huid, terwijl jij schreeuwt
dat de duivel ons bedreigt, met zijn list en sluwigheid
daarom rest slechts gehoorzaamheid

refrein
 
© Tekst:    Fons Boer
© Muziek: Fons Boer      

Leg jouw hand maar op mijn hand

ik zie me nog als jochie voor dat glimmende klavier
mijn voetjes zoeken grond en het pedaal
ik kijk opzij omhoog naar die man die ‘t allemaal kan
ik luister naar de tover van zijn spel                                             
een brok zit in mijn keel, ik denk dat kan ik nooit vingerdansend over dat klavier       
ik wil al van mijn kruk, naar buiten naar de lucht           
dan hoor ik : geef je hand, geef je hand maar
kom maar hier
ja kom , geef je hand, geef je hand maar                        blijf maar hier                                                                                               
Refrein:
leg jouw hand maar op mijn hand                                    zei mijn pianoleraar bij die eerste les                       
we gaan op reis over de toetsen                                 
ik laat je voelen hoe een c klinkt of een bes                    leg jouw hand maar op mijn hand                                    in galop over zwart en wit                                                  paard en ruiter zonder teugels                                          zonder angst voor het einde                                              voor het einde van de rit 
                                                                                                                                                    daar sta ik voor ’t altaar in mijn allermooiste pak
ik wip van voet op voet, ik ben wat bang
ik kijk opzij omlaag naar de vrouw waarmee ik trouw
ik denk een leven lang is wel heel lang
een brok zit in mijn keel, ik denk dat lukt me nooit        trouw zijn tot de dood ons scheidt
ik doe een stap terug naar buiten naar de lucht
dan hoor ik weer die stem, geef je hand maar                kom maar hier                                                                      dan hoor ik weer die stem, geef je hand maar
blijf maar hier                       
Refrein:  zie boven
 
hier lig ik bang te staren naar een gat in het plafond
alweer veel groter dan een uur geleden
mijn blik zoekt rechts en links naar houvast in het heden 
mijn hoofd is vol met straks en het verleden
een brok zit in mijn keel, ik denk dat lukt me nooit        met opgeheven hoofd dit pand verlaten
het gat wordt kamergroot, de kamer wordt een gat
dan hoor ik weer die stem, geef je hand maar                kom maar hier                                                                      dan hoor ik weer die stem, geef je hand maar
kom maar hier           
             
© Tekst:    Fons Boer
© Muziek: Fons Boer