In 2019 is het 350 jaar geleden dat Rembrandt Harmenszoon van Rijn gestorven is. Naar aanleiding hiervan vertelt Fons Boer het verhaal over de mens en de schilder. 

In Mijn vader Rembrandt kijken we met Titus achter het gordijn van het Theater Rembrandt, het doek is neergelaten, de openbare voorstelling ten einde en we volgen vader en zoon in het dagelijkse leven. 

Mijn vader Rembrandt is een schildering met woorden in licht en donker over een man die vele gezichten had. Een voorstelling met verhalen, muziek en liederen.

 

In 2006 maakte Fons Boer de voorstelling Mijn vader Rembrandt.
Het was dat jaar 400 jaar geleden dat Rembrandt geboren was.
Mijn vader Rembrandt werd met zoveel enthousiasme ontvangen dat het 
voor de hand lag om de voorstelling in dit Rembrandtjaar te hernemen.

Fragment uit de voorstelling Mijn vader Rembrandt

Titus:
ik heb mijn moeder nooit gekend, mijn echte moeder Saskia, bedoel ik!
Ik was nog geen negen maanden oud toen ze dood ging.
Hendrickje is voor mij als een moeder geweest, een hele goede moeder;
ik houd.... ik hield zielsveel van Hendrickje!
En voor Hendrickje was er nog een ander, een pleegmoeder, Geertje Dircx;
van haar kan ik me nauwelijks nog iets herinneren.
Er doen wel allemaal vreemde verhalen de ronde over Geertje en Rembrandt,
roddelverhalen, laster......
Ik probeer me ervoor af te sluiten!
Als ik al die verhalen moet geloven, dan ben ik de zoon van een beest
Bah....het is allemaal afgunst!

Het lijkt wel of die verhalen Rembrandt niet raken; hij verspilt er tenminste geen woord aan.
Misschien is het vanwege die roddels dat Rembrandt doorgaans gezelschappen mijdt;
hij zegt altijd tegen mij:
Titus,ik ben het liefst alleen, schilderen doe je alleen, niemand houdt je hand vast,
niemand kan zeggen wat je moet doen.

 
Nee mijn vader was nooit een man van gezelschappen;
een bezoekje aan een vriend, een ommetje naar de kroeg, daar gunt hij zich de tijd niet voor.
Ik ken hem vooral van zijn rug, een ingespannen rug.
Altijd achter die ezel, zwoegen en zwoegen en zwoegen.
En als het werk niet vlotte dan zag je hem helemaal niet, dan ging hij de hort op, de stad in of juist de stad uit, wandelen met zijn tekenboek onder de arm.
Heel soms, bij hoge uitzondering, mocht ik wel eens mee, toen ik nog een jochie was, dan gingen we langs de dijk naar Diemen of langs de Amstel naar het zuiden.                         
Uren liepen we zonder een woord te zeggen, tot Rembrandt een mooi plekje gevonden had.
Daar gingen we dan zitten en hij begon te tekenen.
Al die tijd hield ik mijn lippen stijf op elkaar, want dat was de afspraak.
Ik mocht geen woord zeggen .....
En toch zijn dat misschien wel mijn mooiste herinneringen.
Vreemd genoeg heb ik me nooit meer verbonden gevoeld met hem als op die momenten.     

Tekst en spel: Fons Boer
Piano: Jelke Smit